CE - NEN-EN 1090

CE - NEN-EN 1090

Vanaf 01-07-2014 vallen alle staalconstructiedelen met lastdragende eigenschappen onder de NEN-EN 1090-norm. Bedrijven die vanaf die datum staalconstructies op de Europese markt brengen dienen vanaf die datum een CE-verklaring af te geven op de geproduceerde producten. Vanaf dan mogen er geen staalconstructies meer geleverd worden zonder dat daar een CE-verklaring op is afgegeven door een gecertificeerd bedrijf. Het wordt door de wet gezien als een economisch delict om tóch een staalconstructie te leveren waar geen CE-certificaat bijgeleverd is. Het kan zelfs leiden tot inbeslagname van de constructie en/of tot geldboetes van enkele tienduizenden Euro's. In Nederland valt de handhaving van deze certificatie onder de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. 

Jac Reijns Staalconstructie Alphen b.v. is eind mei 2014 positief door de laatste audit van accreditatieinstantie DNV GL gekomen. Hierdoor zijn we vanaf heden gecertificeerd om te engineeren én produceren conform deze norm. Dit tot en met EXC3!

            Voorbeeld Certificaat NEN EN 1090  Voorbeeld Certificaat NEN EN ISP 3834
                                   (klik op het certificaat om te vergroten)

Normen en uitvoeringsklassen

Een staalconstructiebedrijf kan en mag een CE-verklaring niet zomaar verstrekken. Keuringsinstanties zoals bijvoorbeeld DNV GL, Kiwa, Lloyd's en Tüv moeten hiervoor constructiebedrijven certificeren, waarna deze bedrijven de CE-verklaring mogen afgeven.

Om te kunnen voldoen aan de eisen van de keuringsinstanties moet het constructiebedrijf formeel aan de volgende norm te voldoen: 

  • NEN-EN 1090:   Het vervaardigen van staal- en aluminiumconstructies; deze is gesplitst in 3 delen:
    • NEN-EN 1090-1:     Eisen voor het vaststellen van de conformiteit van constructieve delen
    • NEN-EN 1090-2:     Technische eisen voor staalconstructies
    • (NEN-EN 1090-3:    Technische eisen voor aluminiumconstructies)

In de 1090-1 wordt vooral vermeld wat de fabrikant zou moeten verklaren en hoe de verklaring moet worden afgegeven. In de 1090-2 (en -3) worden de technische eisen genoemd, bijvoorbeeld wat de toleranties van constructies mogen zijn, hoe groot dat de boutgaten moeten zijn en welke bouten gebruikt moeten worden. Een groot deel van de 1090-2 wordt aangeroepen door de 1090-1 en daarmee wettelijk verplicht, maar een opdrachtgever mag ook vragen dat de hele 1090-2 van toepassing is. Als er bij staalconstructies ook sprake is van lasprocessen, is vanuit de 1090-2 ook de volgende lasnorm verplicht:

  • NEN-EN-ISO 3834:        Kwaliteitsborgingseisen voor smeltlassen van metalen.

Middels een audit controleert de keuringsinstantie het constructiebedrijf o.a. op de volgende punten:

  • Het bedrijf dient te beschikken over een FPC. Dit is een kwaliteitsplan waarin wordt vastgelegd dat de fabrikant voldoet aan de eisen van de 1090 (en 3834)
  • Alle lassers dienen gekwalificeerd te zijn voor het werk dat zij verrichten
  • Afhankelijk van de uitvoeringsklasse dienen:
    • alle lasmethoden binnen een bedrijf dienen gecertificeerd te zijn
    • er dient een verantwoordelijk lascoördinator benoemd te zijn
    • van alle lastoevoegmaterialen en lasapparatuur dient een certificaat voorhanden te zijn
    • de materiaalcertificaten beschikbaar te zijn

Als de keuringsinstantie er van overtuigd is dat het constructiebedrijf alles op orde heeft om volgens de normen te (kunnen) werken, dan krijgt het bedrijf een certificaat 1090 en/of 3834. Dit certificaat heeft wel een geldigheidsgebied; een bedrijf kan zich certificeren voor EXC 1, 2, 3 of 4 en er zijn nog beperkingen omtrent de gecertificeerde lasprocessen, lasserkwalificaties, materialen, enz. Globaal levert dat de volgende executieklassen (of uitvoeringsklassen) op:

EXC1:   Stallen, loodsen, kassen etc.
EXC2:   Kantoren, woonhuizen, industrie etc. 
EXC3:   Bruggen, stadions, grote torenflats etc.
EXC4:   Kerncentrales etc.

Afhankelijk van het gebruiksdoel, het belastingstype (statisch of dynamisch) en de productcategorie (staal tm S355, of hoger) worden er aan bijv. een landbouwloods andere eisen gesteld dan aan een kerncentrale. 

 

Reijns Staalconstructie gekwalificeerd voor EXC3!

Deze nieuwe wet heeft ook voor u als bouwbedrijf, aannemer of zelfstandig bouwer grote gevolgen. U mag alleen nog staalconstructies op de markt brengen waarop een CE-certificaat kan worden afgegeven. Om deze reden bent u indirect verplicht om enkel bij gecertificeerde bedrijven staalconstructies in te kopen, waarbij het certificaat ook de levering dekt. Als in het bestek sprake is van een constructie in EXC3, dan dient het constructiebedrijf uiteraard ook gecertificeerd te zijn voor EXC3. En als er hoogwaardig materiaal gelast dient te worden, dienen zowel de lasprocedures als de materialen onder de reikwijdte van de certificering te vallen.  Aangezien u als bouwer als eerste verantwoordelijk wordt gehouden voor het doorgeven van dit certificaat, is het ook in uw belang dat de CE-verklaring correct afgegeven wordt.

Jac Reijns Staalconstructie Alphen b.v. is eind mei 2014 positief door de laatste audit van accreditatieinstantie DNV GL gekomen zodat we vanaf heden gecertificeerd zijn tot en met EXC 3! Hierdoor zijn we voor 1 juli 2014 klaar om vanaf deze datum een geldige CE-verklaring te kunnen afgeven, conform alle wettelijke eisen voor alle constructies tot en met EXC3 en tot en met materiaalkwaliteit S355. 

 

De verschillende executieklassen in de praktijk

Zoals eerder gesteld zijn er verschillende executieklassen ofwel uitvoeringsklassen. Zo mag er bij EXC1 en 2 wél geponst worden, maar moet er bij EXC3 en4 geruimd en/of geboord worden. Bij EXC3 en 4 dienen alle voorschriften voor de las-uitrusting beschikbaar te zijn, terwijl hier bij EXC1 geen verdere eisen aan worden gesteld. Ook lasmethodes hoeven voor EXC 1 niet beschikbaar te zijn, maar voor EXC2, 3 en 4 wel. Een hogere EXC zal leiden tot extra kosten dan een lagere EXC. Het is daarom in het belang van de opdrachtgever om de juiste EXC te kiezen. Niet hoger, maar ook zeker niet lager dan noodzakelijk. Indien er geen EXC wordt opgegeven, valt een constructie formeel onder EXC2. 

Het is daarom belangrijk om de EXC van de staalconstructie bij de opdracht vast te leggen. Het zou immers spijtig zijn als u een opdracht verliest omdat u uitgaat van uitvoering in EXC3, terwijl uw concurrent de constructie uitvoert in EXC1. Daarnaast dwingt u de opdrachtgever om de staalconstructie volgens de wettelijke eisen te laten leveren. Een constructiebedrijf dat niet voldoet aan de wettelijke eisen kan namelijk goedkoper produceren als een bedrijf dat dit wel correct heeft geregeld. Het jaarlijks verlengen van de nodige certificaten kost immers ook het nodige, maar deze kosten zijn voor alle gecertificeerde constructiebedrijven min of meer vergelijkbaar. 

 

Aanvullende links en downloads:

 

Mocht u nog vragen of opmerkingen hebben, neem dan gerust contact met ons op. We staan u graag te woord en zullen u tijdig op de hoogte houden van relevante ontwikkelingen.